Het is verkiezingstijd. De zorgsector en dan met name de ouderenzorg spreekt fors tot de verbeelding bij de samenleving – dus bij de politiek. Een minister voor ouderenbeleid, 100.000 banen erbij, minder marktwerking of de allerbeste zorg: veel perspectieven worden ons gepresenteerd. We weten echter ook dat de uitstroom van medewerkers in de zorg groot is, vergrijzing onder medewerkers een feit en daarnaast zijn er 67.000 banen verloren gegaan de afgelopen drie jaar. Maar, zo stelt het CBS: “hoewel het aantal banen in deze bedrijfstak enigszins terugliep, staan er toch meer vacatures open.” Kunnen die verkiezingsbeloftes wel hard gemaakt worden? Ik zie een nijpend tekort aan verpleegkundigen en verzorgenden binnen instellingen enerzijds en duizenden zeer ervaren verzorgenden en verpleegkundigen die nu aan de zijlijn staan anderzijds. Welke politieke partij pakt dit op?

Tekorten
De banen die de afgelopen jaren verloren gingen, waren niet de banen waar we nu vooral behoefte aan hebben. Het aantal vacatures voor verzorgenden en verpleegkundigen staat binnen de grootste steden met regelmaat op zo’n 1000 per stad. De vraag die de sector zich dan ook stelt is waar we die mensen vandaan moeten halen. Ze lijken er namelijk niet meer te zijn. De berichtgeving hierover komt steeds sterker op gang. Tekorten voor de ouderenzorg, tekorten aan ondersteuners van huisartsen, tekorten aan gespecialiseerd verpleegkundigen, tekorten aan hoogopgeleiden in brede zin en zelfs tekorten binnen de EU. We lijken dus binnen de samenleving af te stevenen op een groot probleem, maar staan nog steeds toe dat grote groepen ervaren verzorgenden en verpleegkundigen niet mógen werken op een wijze die bij hen past. Fiscale wetgeving staat hun inzet niet toe, was getekend de Belastingdienst.

Moe
Het is dus niet zo dat al die verpleegkundigen en verzorgenden er niet zijn. Ze zijn er (deels) wel, maar willen niet meer in loondienst. Moe gestreden binnen een dienstverband en uitgestroomd, grijpen veel verpleegkundigen en verzorgenden naar een wijze van werken die nog wel bij hun past. Werken als flexibele schil. Ik heb de afgelopen tien jaar duizenden verpleegkundigen en verzorgenden gesproken die ‘de bureaucratie’ zat waren en om die reden het dienstverband opgaven. Zij kozen voor een bestaan als zzp’er, zelfstandige zonder personeel. Ze zochten in eerste instantie met name particulieren op met een PGB, maar zeker de laatste jaren (met het oplopen van de vacatures) zien zij de waarde in van hun vak in bredere zin. Operatiekamers worden bevolkt door zzp’ers, de huisarts heeft een zzp praktijkondersteuner, een afdeling cardiologie werkt met zzp’ers en ook verpleeghuizen leunen er inmiddels fors op om hun flexibele schil in te richten. Om maar wat te noemen.

Nee
Al deze voorbeelden worden echter nog steeds niet toegestaan, zo luidt het oordeel van de Belastingdienst. En dat oordeel is eigenlijk onveranderd de afgelopen tien jaar. Dit is dus geen nieuw thema en misschien daarom niet al te sexy. Heb je die zzp’ers in de zorg weer. Onbekend maakt onbemind, zeg ik dan. Ze zijn niet zzp’er geworden omdat het zo leuk is om met stickers op je auto rond te rijden of omdat ze gek zijn op hun fiscale kortingen. Veel zzp’ers zijn zzp’er geworden als ‘last resort’. We zijn namelijk niet altijd in staat geweest om zorgverleners voldoende te inspireren binnen instellingen. ‘Kwaliteitsproblemen’ zijn hetgeen je dan in de media leest bij de meest kwetsbare gevallen. Voordat de media dit oppikken is er bij medewerkers dan al jarenlang een onderstroom van ontevredenheid. Voortdurend horen wat je moet doen, in plaats van dat er naar je mening wordt gevraagd. Ik hield het als vers afgestudeerde verpleegkundige in 2000 drie jaar in loondienst vol voordat ik met gillende banden de parkeerplaats verliet.

Hoop
Natuurlijk hoopten we allemaal op een oplossing de afgelopen tien jaar. Want het kan toch niet zo zijn dat we goede zorgverleners buiten spel zetten? Hoop kwam vooral met ‘de’ Kamerbrief van 10 oktober 2014. Een reactie op een aangenomen motie en een gezamenlijk schrijven van Financien, VWS en Sociale Zaken. Zeer hoopvol, want de zorgverlener mag rekenen op een keuze voor zelfstandig ondernemerschap! Een vreugdegolf ging door de groep zzp’ers in de zorg.

Een van de uitgangspunten: ‘De zorgverlener heeft voldoende keuzevrijheid in de wijze waarop hij of zij de zorg wil verlenen. In dit verband gaat het daarbij vooral om de keuze tussen zorg verlenen in loondienst en zorg verlenen als zelfstandige (al dan niet in opdracht van een zorginstelling).’ Hieruit kwam het beeld naar voren dat werken als zzp’er voor een zorginstelling zou moeten kunnen. En wat te denken van deze: ‘In het belang van de zorg aan de cliënt en met name ook voor de zzp’er is het nodig om aan deze onduidelijkheid (over de inzet van zzp’ers, red.) een einde te maken.’

De nieuwe kwaliteitswet Wkkgz heeft de zzp’er benoemd staan als ‘solistisch werkende zorgverlener’ en daarmee dient deze te voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen als een zorginstelling. Goede zaak dat deze unieke zorgverlener nu ook in het profiel van wetgeving verweven zit en dat schiep mogelijkheden. Concrete doelen?

Doel 1: stimuleren van directe contractering tussen zorgverzekeraars en zzp’ers.
Doel 2: oplossen onduidelijkheid zzp’erschap in de zorg.
Doel 3: werkbare modellen voor zzp’ers. Uitwerken van 3 modellen.

Deze Kamerbrief wordt tot op de dag van vandaag nog steeds gezien als een enorm kantelpunt in het dossier rondom zzp’ers in de zorg. IJdele hoop tot verbetering weten we inmiddels.

Vrees
Doel 1: stimuleren van directe contractering. De pilot met zzp’ers in de zorg wordt nog aangehaald in deze brief en we kunnen inmiddels vaststellen dat er nagenoeg niets overgebleven is van wat de pilot opleverde. Van de vele duizenden zzp’ers in de zorg die ons land rijk is, hebben er enkele tientallen een zeer bescheiden contractje bij slechts 1 verzekeraar.

Doel 2: oplossen onduidelijkheid zzp’erschap in de zorg. ‘Met de inwerkingtreding van de Wkkgz wordt de hiervoor toegelichte belemmering van de Kwaliteitswet zorginstellingen voor het fiscaal ondernemerschap opgeheven.’ Een fantastische zin. Maar helaas. In een stuk van 11 april 2016 echter, wordt de stellingname fors naar beneden bijgesteld. De Wkkgz is ‘niet primair bedoeld om de zzp-problematiek op te lossen’. En even verderop: ‘Voor de beoordeling of sprake is van werken buiten dienstbetrekking zijn de feiten en omstandigheden van het individuele geval bepalend’. Nul progressie dus.

Doel 3: werkbare modellen voor zzp’ers. Model 1. Een contract tussen de zorgverzekeraar en de zzp’er in geval van directe contractering komt niet meer tot stand op die enkelen na. Model 2. Een contract tussen de zorginstelling en de zzp’er in geval van contractering via een zorginstelling mag alleen voor de thuiszorg. Huisartsenposten, verpleeghuizen, ziekenhuizen; binnen de muren van een zorginstelling zorg verlenen als zzp’er in de zorg wordt definitief niet geaccepteerd, aldus de fiscus. Model 3. Een organisatie gericht op ondersteuning voor de niet zorggebonden aspecten van zzp’ers die gebruik maken van directe contractering. Zo’n organisatie heeft niet veel nut zonder directe contractering.

Deze Kamerbrief uit oktober 2014 en tientallen kamervragen leidden tot niets, want de Belastingdienst blokkeert nog steeds alles op dit dossier. Werken binnen zorginstellingen is volgens de Belastingdienst geen enkel probleem, als je maar een dienstverband omarmt ergens. Aardige stellingname, maar die werkt helaas niet voor de duizenden die daar dus expliciet niet meer voor kiezen.

Tegenstelling En zo hebben we een situatie waarin het ‘alle hens aan dek’ is voor ervaren zorgprofessionals en de samenleving is daar blij mee. Deze professionals willen veelal niet langer in loondienst en kiezen voor zzp’erschap. Hoogst gemotiveerd, zeer ervaren en zeer flexibel komen ze erachter dat het werk in bakken aanwezig is. Zoveel ze willen, waar ze willen en wanneer ze willen. Maar helaas. Ze mogen niet. Nog steeds niet. Tot nu toe is er niemand die ingrijpt als het oordeel van de Belastingdienst is en blijft: sorry, gaat niet gebeuren. Terwijl we ons wel permitteren om te praten in termen van ‘duizenden zorgverleners erbij’. De tegenstelling is dus groot en de angst voor financiele repercussies maakt dat instellingen niet durven, bemiddelende partijen worstelen en zzp’ers zich miskend voelen en aan de zijlijn staan. Een definitieve mismatch van jewelste, of een politieke parel die voor het oprapen ligt. We gaan het meemaken.

 Bron: Lex Tabak